DEN HAAG — Steeds meer gemeenten zetten de hakken in het zand. Ze weigeren of vertragen de opvang van asielzoekers, negeren brieven uit Den Haag en geven openlijk aan dat de lokale draagkracht is bereikt. Wat begon als incidenteel verzet, is uitgegroeid tot een landelijke trend die de verhouding tussen Rijk en gemeenten op scherp zet. In politiek Den Haag valt die weigering allerminst in goede aarde.
De weigering wordt massaal

Volgens recente cijfers staan tientallen gemeenten onder verscherpt toezicht omdat zij niet voldoen aan de taakstelling uit de Spreidingswet. Sommige hebben uberhaupt niet gereageerd op verzoeken van asielminister Bart van den Brink. Anderen zeggen hardop dat zij geen locatie willen of kunnen realiseren. Westland, Oldenzaal, delen van het oosten en verschillende kleinere gemeenten voeren de boventoon in het verzet.
De argumenten zijn overal vergelijkbaar. Woningnood is nijpend. Scholen, zorg en voorzieningen staan al onder druk. Inwoners protesteren fel tegen nieuwe azc’s of noodopvang. Lokale politici voelen de hete adem van hun achterban en kiezen ervoor de landelijke verplichting te trotseren. “Wij wonen hier, wij zien de gevolgen. Den Haag moet eerst de instroom aanpakken”, klinkt het steeds vaker.
Den Haag reageert geïrriteerd
In de ministeries en de Tweede Kamer wordt met stijgende ergernis gekeken naar de weigerachtige gemeenten. De Spreidingswet was juist bedoeld om de opvang eerlijker te verdelen en de druk op plaatsen als Ter Apel te verlichten. Als gemeenten massaal dwars liggen, blijft de crisis bestaan en dreigt opnieuw crisisnoodopvang – duurder, chaotischer en slechter voor iedereen.
Minister Van den Brink heeft de toon aangescherpt. Gemeenten die niet meewerken, worden op het matje geroepen. Er is een escalatieladder in werking gezet. In het uiterste geval kan het Rijk zelf locaties aanwijzen. Die dreiging alleen al zorgt voor politieke onrust. Want dwang van bovenaf botst frontaal met het gevoel van lokale democratie.
Twee werkelijkheden
Het conflict blootlegt een diepe kloof. Aan de ene kant staat het Rijk, dat wijst op internationale verplichtingen, de rechtsstaat en de noodzaak om asielzoekers humanitair op te vangen. Aan de andere kant staan gemeenten en inwoners die het gevoel hebben dat zij de rekening betalen van een landelijk beleid dat de instroom niet onder controle krijgt.
De cijfers over asielkosten – jaarlijks miljarden – en de aanhoudende woningcrisis maken de discussie extra geladen. Terwijl statushouders lang in de opvang blijven omdat er geen huizen zijn, moeten gemeenten nieuwe plekken regelen. Dat voelt voor velen als dweilen met de kraan open.
Politieke gevolgen
Het verzet heeft ook electorale gevolgen. Partijen die zich fel tegen verplichte opvang keren, scoren lokaal goed. In Den Haag zelf leidde de discussie over een grote opvanglocatie al tot politieke aardverschuivingen. Landelijk groeit de druk op het kabinet om ofwel harder te dwingen, ofwel de instroom serieus te beperken.
Critici van de weigerende gemeenten stellen dat solidariteit geen optie is, maar een plicht. Voorstanders van het lokale verzet betogen dat solidariteit ophoudt waar de leefbaarheid van de eigen inwoners in gevaar komt. Beide kanten claimen het algemeen belang.
Een onhoudbare situatie
Zolang de instroom hoog blijft, de uitstroom van statushouders stokt en de woningmarkt vastzit, zal het verzet van gemeenten alleen maar toenemen. De Spreidingswet blijkt in de praktijk een papieren oplossing zolang het draagvlak ontbreekt. Dwang kan op korte termijn plekken opleveren, maar zal de politieke en maatschappelijke spanning verder opvoeren.
Nederland staat voor een fundamentele keuze. Of het Rijk dwingt de opvang af en accepteert de gevolgen voor het vertrouwen in de politiek. Of het erkent dat het huidige asielbeleid tegen zijn grenzen aanloopt en grijpt in bij de instroom. Een tussenweg die iedereen tevreden stelt, lijkt er niet te zijn.
De gemeenten hebben hun antwoord al gegeven. Nu is het aan Den Haag.