Na rellen en ongeregeldheden waarbij jongeren met een Marokkaanse achtergrond betrokken zijn, laait in Nederland opnieuw de discussie op over harder optreden. Critici, onder wie politici van Forum voor Democratie, stellen dat praten niet langer volstaat. Zij pleiten ervoor dat relschoppers met een dubbele nationaliteit hun Nederlandse paspoort verliezen en het land worden uitgezet. Lidewij de Vos en haar partij hebben dit standpunt al langer uitgedragen: Nederland zou te lang hebben weggekeken.
De vraag die daarmee op tafel ligt, is fundamenteel. Is het intrekken van de nationaliteit en uitzetten van veroordeelde relschoppers een legitieme en effectieve maatregel, of wordt hier een grens overschreden die de rechtsstaat onder druk zet?
Wat zegt de wet nu?
In Nederland kan het Nederlanderschap in beperkte gevallen worden ingetrokken. Dat kan onder meer bij ernstige misdrijven die de nationale veiligheid raken, zoals terrorisme, of wanneer iemand vrijwillig in dienst treedt van een vijandige staat. Voor “gewone” openbare-ordevergrijpen, vernielingen of geweld tijdens rellen is intrekking van de nationaliteit in de regel niet mogelijk. Een belangrijke voorwaarde is bovendien dat iemand daardoor niet staatloos mag worden.
Dubbele nationaliteit maakt het juridisch soms eenvoudiger om tot intrekking over te gaan, omdat de betrokkene dan nog een andere nationaliteit overhoudt. Toch blijft het een zwaar middel dat individueel moet worden beoordeeld en dat aan strenge wettelijke en verdragsrechtelijke eisen is gebonden. Collectieve maatregelen op basis van afkomst of nationaliteit zijn in strijd met de Grondwet en internationale verdragen.
De politieke druk
Partijen als FVD en delen van de PVV beargumenteren al jaren dat de huidige regels te soepel zijn. Zij vinden dat wie de openbare orde op grove wijze verstoort en tegelijk een tweede nationaliteit heeft, het recht op verblijf in Nederland verspeelt. In hun ogen is uitzetting niet alleen een straf, maar ook een signaal: wie hier geweld gebruikt tegen de samenleving, hoort er niet meer bij.
![]()
Lidewij de Vos heeft in eerdere debatten herhaaldelijk betoogd dat Nederland de gevolgen van massale immigratie en mislukte integratie te lang heeft genegeerd. Volgens haar en haar partij is een hardere lijn, inclusief remigratie en het intrekken van nationaliteit bij ernstige criminaliteit of ordeverstoring, noodzakelijk om het draagvlak voor de rechtsstaat te herstellen.
Tegenstanders wijzen erop dat zo’n aanpak discriminerend uitpakt. Jongeren met een Marokkaanse of andere niet-westerse achtergrond zouden sneller hun nationaliteit riskeren dan autochtone daders van dezelfde feiten. Bovendien is de praktische uitvoerbaarheid beperkt: Marokko levert eigen onderdanen niet uit en werkt niet altijd soepel mee bij terugkeer.
Effectiviteit versus principe
Voorstanders van een hardere lijn stellen dat de huidige aanpak faalt. Rellen keren terug, de overlast in bepaalde wijken blijft bestaan en het gevoel van straffeloosheid groeit. Een duidelijk signaal – verlies van nationaliteit en uitzetting – zou volgens hen afschrikwekkend werken en het vertrouwen van burgers herstellen.
Critici vrezen juist het omgekeerde. Het intrekken van nationaliteit voor relschoppers zou de polarisatie vergroten, de rechtsstaat uithollen en weinig bijdragen aan structurele oplossingen. Integratie, onderwijs, armoede en een gebrek aan toekomstperspectief spelen volgens hen een minstens zo grote rol. Strafrechtelijke vervolging, celstraffen en gebiedsverboden zouden binnen de bestaande kaders al stevig genoeg kunnen zijn.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/09/17123622/web-1709BINblog_apb_wilders3.jpg)
De bredere context
Het debat over relschoppers met een migratieachtergrond is niet nieuw. Na eerdere ongeregeldheden rond voetbalwedstrijden, jaarwisselingen of protesten klonk steeds dezelfde roep om harder in te grijpen. Telkens botst de wens tot daadkracht op juridische grenzen, diplomatieke realiteit en de vraag waar de grens van de rechtsstaat ligt.
Of de politiek deze grens nu daadwerkelijk wil verleggen, is onzeker. Voorstellen om de Rijkswet op het Nederlanderschap te verruimen stuiten op weerstand in de Kamer en op juridische bezwaren. Tegelijk blijft de maatschappelijke onvrede over herhaalde rellen en het gevoel van onveiligheid groot.
De kernvraag blijft daarmee overeind: moet Nederland relschoppers met een dubbele nationaliteit hun paspoort afnemen en uitzetten, of blijft het bij strafrechtelijke vervolging binnen de bestaande regels? Het antwoord op die vraag zal niet alleen de omgang met ordeverstoringen bepalen, maar ook hoe de samenleving aankijkt tegen nationaliteit, loyaliteit en de grenzen van tolerantie.