De discussie over stikstof, natuurvergunningen en de positie van boeren krijgt in Overijssel een nieuwe politieke dimensie. Forum voor Democratie (FVD) wil dat het provinciebestuur volledige duidelijkheid geeft over eventuele contacten met stikstofactivist Johan Vollenbroek en zijn organisatie Mobilisation for the Environment (MOB). De partij heeft schriftelijke vragen ingediend over gesprekken, dossiers, mogelijke betalingen en de juridische positie van ondernemers met een definitieve natuurvergunning.
Aanleiding voor de vragen is vooral de situatie in Noord-Brabant, waar vijf pluimveehouders volgens de berichtgeving het risico lopen hun natuurvergunning kwijt te raken. FVD wil voorkomen dat een vergelijkbare discussie onverwacht in Overijssel ontstaat en vraagt het college van Gedeputeerde Staten daarom vooraf duidelijk te maken hoe het met dergelijke situaties zou omgaan.
FVD wil overzicht van contacten
Fractievoorzitter Remco Roelofs wil allereerst weten of ambtenaren of bestuurders van de provincie Overijssel contact onderhouden met Vollenbroek, MOB of aan de organisatie verbonden partijen.
Daarbij gaat het FVD niet alleen om de vraag óf dergelijke contacten bestaan. De partij vraagt ook in welke dossiers en overlegstructuren gesprekken plaatsvinden en hoe vaak dat gebeurt.
De onderwerpen kunnen gevoelig liggen. MOB speelt al jaren een belangrijke rol in juridische procedures rond stikstof, natuurvergunningen en handhaving. Via procedures en handhavingsverzoeken probeert de milieuorganisatie overheden ertoe te bewegen natuurregels strenger toe te passen.

Contact tussen een provincie en een maatschappelijke organisatie is op zichzelf niet uitzonderlijk. Provincies spreken met uiteenlopende belanghebbenden, waaronder boerenorganisaties, natuurorganisaties, bedrijven en actiegroepen. De politieke vraag van FVD richt zich daarom vooral op de aard en omvang van eventuele contacten en op de mogelijke invloed ervan op concrete dossiers.
Ook vragen over mogelijke betalingen
Een opvallend onderdeel van de schriftelijke vragen betreft eventuele financiële relaties.
FVD wil weten of Overijssel facturen ontvangt van MOB, of van derden namens MOB, bijvoorbeeld voor advies, procesbegeleiding of andere werkzaamheden. Als daarvan sprake is, wil de partij weten om welke bedragen en dossiers het gaat.
Belangrijk is dat uit de aangehaalde stukken niet blijkt dat Overijssel daadwerkelijk betalingen aan MOB heeft gedaan. De vragen van FVD zijn juist bedoeld om vast te stellen of zo’n financiële relatie bestaat.
Dat onderscheid is relevant. Het indienen van politieke vragen vormt op zichzelf geen bewijs dat er sprake is van betalingen, bijzondere afspraken of ongeoorloofde beïnvloeding.
Het provinciebestuur zal met zijn antwoorden duidelijkheid moeten geven.
Brabantse pluimveehouders vormen aanleiding
De directe achtergrond van de discussie ligt buiten Overijssel.
In Noord-Brabant staan de natuurvergunningen van vijf pluimveebedrijven opnieuw ter discussie na langdurige juridische procedures en handhavingsverzoeken van MOB. Volgens FVD gaat het om vergunningen die eerder definitief waren geworden.
Roelofs vreest dat deze ontwikkeling gevolgen kan hebben voor de rechtszekerheid van ondernemers in andere provincies.
Volgens hem ontstaat een fundamenteel probleem wanneer ondernemers jarenlang mogen vertrouwen op een door de overheid verleende vergunning, investeringen doen op basis van die toestemming en vervolgens alsnog geconfronteerd worden met de mogelijkheid dat de vergunning wordt aangepast of ingetrokken.
FVD ziet daarin niet alleen een stikstofvraagstuk, maar ook een bredere discussie over de betrouwbaarheid van de overheid.
Hoe definitief is een definitieve vergunning?
Daarmee raakt de kwestie aan een ingewikkeld juridisch spanningsveld.
Ondernemers willen zekerheid. Wie een vergunning krijgt en vervolgens honderdduizenden of zelfs miljoenen euro’s investeert, moet volgens het standpunt van FVD kunnen vertrouwen op de geldigheid daarvan.
Tegelijkertijd heeft de overheid verplichtingen op het gebied van natuur- en milieubescherming. Nieuwe juridische uitspraken, veranderende omstandigheden of strengere toepassing van bestaande regels kunnen ertoe leiden dat eerder verleende vergunningen opnieuw tegen het licht worden gehouden.
De Omgevingswet biedt onder bepaalde omstandigheden mogelijkheden om vergunningen te wijzigen of in te trekken. Of dat in een specifiek geval juridisch mogelijk of noodzakelijk is, hangt echter af van de feiten en de toepasselijke regelgeving.
Juist daarom vraagt FVD het provinciebestuur om duidelijk te maken waar voor Overijssel de grens ligt.
Kan hetzelfde gebeuren in Overijssel?
Roelofs vraagt het college expliciet of het bereid zou zijn om onder vergelijkbare omstandigheden een onherroepelijke natuurvergunning in te trekken.
Daarbij verlangt FVD geen eenvoudig ja of nee. De partij wil concrete voorwaarden horen.
Wanneer zou Overijssel wel ingrijpen? Wanneer zou het provinciebestuur juist weigeren een definitieve vergunning open te breken? En hoeveel bescherming heeft een ondernemer die aantoonbaar volgens de regels heeft gehandeld?
Voor de agrarische sector zijn dat belangrijke vragen. Veel boeren hebben de afgelopen jaren investeringen gedaan in emissiereducerende technieken en verduurzaming, soms mede op basis van beleid of eisen van de overheid.
Wanneer regelgeving vervolgens verandert, kan discussie ontstaan over wie het risico daarvan moet dragen.
Niet alleen Overijssel
De vragen passen in een bredere discussie over de rol van MOB en Vollenbroek in provinciale stikstofdossiers.
In Noord-Brabant is eerder een Woo-verzoek ingediend waarmee openbaarmaking wordt gevraagd van contacten tussen de provincie, MOB en Vollenbroek. Daarbij gaat het onder meer om e-mails, berichten, agenda’s, interne documenten en gespreksverslagen.
Ook in Utrecht zijn contacten tussen MOB en het provinciebestuur onderwerp van politieke aandacht geweest. Volgens de aangeleverde berichtgeving voerde de organisatie daar overleg over verschillende beleids- en vergunningendossiers.
Dat overheden gesprekken voeren met MOB is overigens geen geheim. MOB schrijft zelf in jaarverslagen dat de organisatie overleg voert met overheden, politici en bedrijven. Vollenbroek heeft bovendien eerder aangegeven dat juridische procedures soms een middel kunnen zijn om beweging in een dossier te krijgen en partijen aan tafel te brengen.
De aanwezigheid van overleg bewijst daarom op zichzelf geen ongebruikelijke samenwerking. Voor FVD draait het om transparantie over de precieze aard ervan.
Stikstofdossier blijft bron van spanning
Achter de vragen ligt uiteindelijk een veel groter probleem: het Nederlandse stikstofbeleid blijft juridisch en politiek uiterst gevoelig.
Boeren willen weten welke regels op lange termijn gelden voordat zij grote investeringen doen. Natuurorganisaties verlangen tegelijkertijd dat overheden bestaande natuurwetgeving daadwerkelijk handhaven. Provincies bevinden zich regelmatig tussen die belangen.
Juridische procedures hebben bovendien aangetoond dat een politiek compromis niet automatisch juridische zekerheid biedt.
Daarom kan de discussie in Overijssel verder reiken dan alleen de vraag hoe vaak Vollenbroek met provinciale ambtenaren heeft gesproken.
Antwoorden moeten duidelijkheid brengen

Voorlopig zijn er vooral vragen.
Er is op basis van de aangeleverde informatie geen bewijs dat Overijssel MOB heeft betaald, dat Vollenbroek een bijzondere positie binnen de provinciale besluitvorming heeft of dat Overijssel van plan is definitieve natuurvergunningen van boeren in te trekken.
FVD vraagt het provinciebestuur juist om daar openheid over te geven.
De antwoorden van Gedeputeerde Staten moeten duidelijk maken welke contacten daadwerkelijk bestaan, in welke dossiers die plaatsvinden en hoe Overijssel kijkt naar de bescherming van reeds verleende natuurvergunningen.
Daarmee wordt transparantie het centrale punt van de politieke discussie. Voor boeren gaat het vooral om de vraag hoeveel zekerheid een vergunning nog biedt. Voor de provincie draait het om de balans tussen rechtszekerheid, natuurwetgeving en zorgvuldig bestuur.
En precies op dat snijvlak lijkt de volgende fase van het Nederlandse stikstofdebat zich opnieuw af te spelen.