In de Tweede Kamer confronteerde Mona Keijzer de minister met een fundamenteel verwijt in het stikstofdossier. Met het intrekken van de legitiem verkregen vergunningen van vijf pluimveehouders is volgens haar een nieuw dieptepunt bereikt. Zij wilde weten welke concrete natuurwinst deze verwoestende impact op de vijf ondernemers oplevert. De discussie draaide al snel om de rechtsstaat, eigendomsrechten en de vraag of D66 die principes alleen hanteert wanneer het hen uitkomt.Keijzer opende met een scherpe constatering. Het intrekken van de legale vergunningen van de vijf pluimveehouders markeert een nieuw dieptepunt. “Ik wil dan ook van de minister weten welke natuurwinst deze verwoestende impact op deze vijf pluimveehouders concreet oplevert voor het herstel van de natuur.” De minister antwoordde dat dit volledig afhankelijk is van de stappen op de ladder van Remkes en de uiteindelijke besluiten van Gedeputeerde Staten. Bij innovatie is het perspectief op natuurwinst heel anders dan bij verplaatsing of stoppen. Omdat de gesprekken met de ondernemers nog lopen, was het moeilijk daar nu een concreet antwoord op te geven.Gideon van Meijeren of een andere interruptant wees op het belang van hulp aan ondernemers. De minister had het over hulp aan provincies en een maatregelenpakket, maar er moet serieus wat worden aangepast. Vooral het ontbreken van een rekentool is kwalijk. Kan de minister toezeggen, als hij ambieert om brede steun te vergaren, dat hij er alles aan doet om deze onteigening te voorkomen? Anders is het belachelijk om te pretenderen dat er brede steun mogelijk is.
De minister benadrukte dat hulp aan ondernemers superbelangrijk is. Dat zit in de uitwerking van het pakket en er zitten miljarden in de begroting voor ondersteuning. Provincies moeten alles op alles zetten om intrekkingen te voorkomen. Dat is een oproep aan de Kamer om het pakket snel aan te nemen en aan de provincies om te handelen. Het ministerie ondersteunt ondernemers met subsidies en provincies met verweerlijnen op basis van het pakket.
Keijzer legde vervolgens de vinger op de rechtsstatelijke kern. “De democratische rechtsstaat doet het meestal heel goed in D66-kringen. Wetten kun je aanpassen en daar zie ik nog weinig animo bij deze minister. Het pakket waar net naar wordt verwezen, de brief uit juni, gaat voor heel veel boeren betekenen dat hun bedrijf eindigt. Die democratische rechtsstaat gaat ook over grondrechten, eigendom, vrijheid van eigendom en de bescherming daarvan. Hoe zwaar weegt dat voor deze minister?” Zij had uitgebreide vragen gesteld over de consequenties, maar nog steeds geen antwoord gekregen. Misschien was dit het moment voor de minister om te zeggen dat de vrijheid van eigendom en de bescherming daarvan bij hem het allerhoogst in het vaandel staat.De minister reageerde dat hij zich als geen ander realiseert wat het pakket voor boeren betekent. Hij woont zelf op een plek waar je langs vele makelaarsborden rijdt. Tegelijkertijd is het pakket nodig om precies dit soort intrekkingsverzoeken te voorkomen. Dat is zijn motivatie, en volgens hem zou dat de motivatie van allen moeten zijn.Caroline van der Plas haakte in op een eerdere uitspraak van de minister dat je niet zomaar je vergunning kunt kwijtraken en dat dat een valse voorstelling van zaken is. Zij stelde een hypothetische vraag. Stel dat iemand als Johan Vollenbroek intrekkingshandhavingsverzoeken gaat doen op andere bedrijven dan boerenbedrijven. Welke garantie geeft de minister dan aan andere ondernemers in Nederland – niet-boeren – dat zij niet geconfronteerd worden met de intrekking van legale en onherroepelijke vergunningen?De minister antwoordde dat dit specifieke verzoek al drie jaar lag. Al drie jaar was er tijd om een maatregelenpakket neer te leggen dat dit voorkomt. Daarom is het een valse voorstelling van zaken alsof het iedereen zomaar kan overkomen. Er gaan jaren en juridische procedures overheen. Als de Kamer haar verantwoordelijkheid neemt met dit pakket, behoort dit tot het verleden.Van der Plas maakte een punt van orde. Zij had gevraagd welke garantie de minister andere ondernemers geeft. Zij kreeg een vaag en wollig antwoord, terwijl hij simpelweg kon zeggen dat hij geen garantie kan geven, of juist wel. De voorzitter oordeelde dat de minister over zijn antwoorden gaat en dat Van der Plas haar tweede en laatste vraag in deze ronde had gesteld.De minister herhaalde dat dit een uitzonderlijke casus is. Er gaan jaren aan vooraf, met juridische uitspraken. Dit is niet iets wat elke ondernemer zomaar kan overkomen.Het debat blootlegde de spanning tussen juridische formaliteit, eigendomsrechten en politieke urgentie in het stikstofdossier. Aan de ene kant staat Keijzer, die de rechtsstaat en de bescherming van legitiem verkregen eigendom centraal stelt. Volgens haar telt die rechtsstaat bij D66 alleen wanneer het hen goed uitkomt. Het intrekken van onherroepelijke vergunningen van ondernemers die zich aan de regels hebben gehouden, is een dieptepunt. De vraag welke concrete natuurwinst dat oplevert, bleef onbeantwoord omdat de gesprekken nog lopen.
Aan de andere kant staat de minister, die betoogt dat het maatregelenpakket juist bedoeld is om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen. Hij erkent de impact op boeren, maar stelt dat zonder dit pakket de intrekkingsverzoeken blijven komen. Hulp aan ondernemers en provincies, subsidies en verweerlijnen moeten soelaas bieden. De casus van de vijf pluimveehouders is uitzonderlijk omdat er al jaren juridische procedures lopen.
Van der Plas legde de bredere implicatie bloot. Als legale, onherroepelijke vergunningen van boeren kunnen worden ingetrokken, welke garantie hebben andere ondernemers dan dat hun hetzelfde niet overkomt? Het antwoord dat dit een uitzonderlijke situatie is die jaren duurt, bood weinig geruststelling. De suggestie dat alleen snelle aanvaarding van het maatregelenpakket dit tot het verleden laat behoren, legde de verantwoordelijkheid weer bij de Kamer.Voor veel boeren en ondernemers voelt de situatie als een bevestiging van hun angst: dat de overheid beloftes en vergunningen niet nakomt wanneer politieke of juridische druk toeneemt. De rechtsstaat, zo stelt Keijzer, mag niet selectief worden toegepast. Grondrechten en eigendomsbescherming moeten zwaarder wegen dan de wens om snel stikstofresultaten te boeken.
Het debat laat zien hoe vastgelopen het stikstofdossier is. Intrekkingen van legale vergunningen, onbeantwoorde vragen over natuurwinst, en vage garanties aan andere ondernemers voeden het wantrouwen. Keijzer heeft met haar verwijt dat de rechtsstaat bij D66 alleen telt wanneer het uitkomt, een scherpe politieke lijn getrokken. Of het maatregelenpakket inderdaad voorkomt dat meer ondernemers hun vergunning kwijtraken, moet blijken. Voorlopig blijft de smet van de vijf pluimveehouders als dieptepunt op het dossier kleven.
