Nog geen halfjaar na zijn aantreden staat het kabinet van premier Rob Jetten er opvallend zwak voor. De vraag die steeds vaker in Den Haag en daarbuiten klinkt, is niet langer “wat gaan ze bereiken?”, maar “hoe lang houden ze het nog vol?”.
Het kabinet-Jetten trad op 23 februari 2026 aan als een minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA. Met slechts 66 zetels in de Tweede Kamer en een nog zwakkere positie in de Eerste Kamer was het vanaf het begin een riskant experiment. In een sterk gepolariseerd politiek klimaat is regeren zonder meerderheid buitengewoon lastig. En de praktijk bewijst dat nu pijnlijk duidelijk.

De zwakke plekken worden steeds zichtbaarder
Allereerst is er het structurele probleem van de meerderheid. Omdat het kabinet zelf te weinig zetels heeft, moet het voor vrijwel elk belangrijk wetsvoorstel steun zoeken bij de oppositie. Op dit moment dreigt de begroting voor 2027 vast te lopen. Links (met name PRO) wil niets weten van de voorgenomen bezuinigingen op de sociale zekerheid, terwijl rechts huiverig is voor lastenverzwaringen. Het kabinet zit klem en lijkt nog geen overtuigende uitweg te hebben.
Daarnaast daalt het vertrouwen van de burger snel. Peilingen laten zien dat de tevredenheid over dit kabinet al in de eerste maanden opvallend laag lag. Ondernemers klagen over onvoorspelbaar beleid en te veel regels, terwijl veel burgers teleurgesteld zijn dat grote dossiers als wonen, asiel en stikstof nauwelijks van hun plaats komen.
Ook het leiderschap van Rob Jetten staat onder druk. In het begin werd hij gezien als een frisse, verbindende premier. Maar na een reeks lastige momenten – vooral rond de onrust bij asielzoekerscentra – groeit de twijfel over zijn daadkracht. Tegelijkertijd slagen ook andere ministers er nog niet in om een sterk eigen profiel neer te zetten.
Stikstof en andere gevoelige dossiers
Een van de zwaarste steen des aanstoots blijft het stikstofbeleid. Het pakket dat in juni 2026 werd gepresenteerd, wist noch de boeren noch de milieubeweging tevreden te stellen. Boeren vrezen voor hun toekomst, terwijl natuurbeschermers vinden dat het kabinet nog steeds te weinig doet. De stevige uitspraken van minister Jaimi van Essen in Brussel hebben de polarisatie eerder versterkt dan verminderd.
Daarnaast stuiten de voorgenomen bezuinigingen op de sociale zekerheid en de zorg op hevige weerstand van vakbonden en een groot deel van de kiezers. Dit soort maatregelen kunnen snel uitgroeien tot een politiek breekpunt.
Moet dit kabinet vroegtijdig worden vervangen?
In principe is een zwakke en weinig effectieve regering slecht voor het land. Nederland heeft de afgelopen jaren al te veel politieke crises gekend. Langdurige stilstand lost geen enkel probleem op.
Tegelijkertijd is een snelle val van het kabinet ook geen eenvoudige oplossing. Vervroegde verkiezingen betekenen opnieuw maanden van onzekerheid, terwijl de grote vraagstukken blijven liggen. Bovendien is er op dit moment geen duidelijk en stabieler alternatief voorhanden.
De kern van het probleem is niet alleen Rob Jetten of individuele ministers, maar het model van een minderheidskabinet in een sterk versnipperd politiek landschap. Als deze ploeg er de komende weken niet in slaagt om tot stevige akkoorden te komen en concrete resultaten te laten zien, zal de druk om tot een andere oplossing te komen alleen maar toenemen.

De vraag “Kabinet-Jetten aan het instorten?” is inmiddels meer dan alleen een pakkende kop. Het weerspiegelt een groeiend gevoel van onzekerheid bij zowel burgers als politieke waarnemers.
De komende weken, vooral rond de begrotingsonderhandelingen, zullen veel duidelijk maken. Maar één ding staat nu al vast: dit kabinet is in een race tegen de klok beland – en de tijd speelt niet in hun voordeel.